Begeleiding Startende Leraren – Regio Utrecht

Het onderwijs is een dynamische wereld waarin voortdurend alles aan verandering en ontwikkeling onderhevig is. Dat vraagt om een flexibele werkinstelling van leerkrachten, directies en besturen en vereist steeds weer afstemming over de wederzijdse verwachtingen die de partijen van elkaar hebben. Tegelijkertijd legt de huidige realiteit van het onderwijs veel druk op alle partijen. Uiteindelijk is het echter de leerkracht die hands on in de school staat. CNV Onderwijs geeft daarom op een gastcollege over De leraar in z’n recht’

Kader primair - Vissen uit andere vijvers.[6]Door het lerarentekort boren scholen allerlei nieuwe doelgroepen aan om maar genoeg personeel voor de klas te krijgen. Wat betekent dit voor de school? Hoe begeleid je deze 'nieuwkomers. In dit artikel wordt daarover gesproken met o.a. BSL-projectleider Ko Melief en Wim van de Grift.

 

Het project Begeleiding Startende Leraren

De overheid wil voorkomen dat startende leraren voortijdig stoppen en daarnaast bevorderen dat starters zich sneller ontwikkelen als professional. Met het project ‘Begeleiding Startende Leraren’ (BSL) stimuleert en subsidieert de overheid zogeheten inductiearrangementen die drie jaar duren. Waarom investeert de Nederlandse overheid in inductie?

Inductie loont

Verschillende onderzoeken[1] hebben aangetoond dat weldoordachte inductieprogramma’s positieve resultaten opleveren. Inductieprogramma’s die zich richten op een duidelijke introductie, het voorkomen van stress, een werkbaar, leerzaam en passend takenpakket, goede begeleiding met gerichte observatie- en feedbackinstrumenten, leiden tot grotere doeltreffendheid bij starters[2] en tot betere resultaten bij leerlingen[3]. Scholen met krachtige inductieprogramma’s zien daarnaast ook minder starters voortijdig vertrekken[4]. Binnen het project worden activiteiten georganiseerd voor zowel startende leraren als voor schoolopleiders/coaches  en schoolleiders. Lees verder